Dal Speaks from Praha



De ontdekkingstocht door het Praagse leven voert ons dagelijks langs veel mooie gebouwen, goedkope kroegen en tergend veel appetijtelijke dames, die om een of andere reden overwegend Jana schijnen te heten.
In deze serie-zonder-eind zullen onze Praagse avonturen worden beschreven. Er is teveel te beleven om even kort samen te vatten, dus laat ons rustig beginnen bij het begin...

Een avondje gokken


De Praagse burcht (klik)

Het is nog best lastig om een stad als Praag te verkennen. Als pokerjoker ben je dan natuurlijk al snel aangewezen op het nachtleven, omdat tegen de tijd dat we opstaan, de musea meestal allemaal allang gesloten zijn.
Bovendien heb ik de gekke gewoonte dat als ik één keer in een museum geweest ben, het daar doorgaans wel gezien heb, waar ik naar een leuke bar keer op keer weer kan terugkeren. Ik weet het, ik ben raar. Hulp wordt gezocht.

Gelukkig worden we bij aankomst op het vliegveld al direct geattendeerd op de aanwezigheid van diverse nachtelijke cabaretvoorstellingen, die her en der door de stad verspreid zijn, maar zich toch voornamelijk concentreren rond het Venceslasplein. Rocco en ik gaan eens op onderzoek uit.
De vrouwelijke cabaretières kun je hier helaas van weinig humor betichten, maar dat waren we al gewend van Tineke Schouten en Brigitte Kaandorp, dus dat is geen verrassing. Bovendien gaat het nog wel even duren voordat wij Tsjechisch kunnen verstaan. Gelukkig hebben wij die taalvaardigheid hier helemaal niet nodig, aangezien ik deze avond leer dat het functioneel naakt in Praag is uitgevonden.
Wij kunnen hier prima van het uitzicht genieten en pilsjes drinken tot vijf uur ‘s nachts en dat is waar het ons uiteindelijk allemaal om te doen is.

Toch komt het meer dan regelmatig voor dat we daarna nog steeds dorst hebben, en dan zit er in Praag vaak weinig anders op dan een van de vele kleine casinootjes binnen te lopen, die doorgaans geen sluitingstijd kennen. Wanneer Rocco en ik op die melige woensdagavond dat pad bewandelen, komen we tegen een uurtje of zes het Casino Ambassador binnen, in het gelijknamige hotel.
We zien meteen dat dit een casino is dat bij ons past. Het is er bijna helemaal uitgestorven. Aan de zes goktafels staan de croupiers zich stierlijk te vervelen en ook de barman is nog maar eens zijn glazen aan het oppoetsen, omdat er werkelijk niets beters te doen is.
Een blik op de roulettetafel laat bij mij altijd een glimlach ontstaan. De croupier slaakt nog eens een diepe zucht en gooit het balletje weer eens tevergeefs in de bak. Even later is het 'no more bets' en is de 200e inzetronde van de avond ten einde. Wat een pech. Weer geen actie. Aan de blackjack of caribbean stud kunnen ze tenminste rustig niets doen als er niemand tegenover ze zit, maar de rouletteman krijgt geen rust.
Werken zal je.

Aan één van de tafels zit een povere, ongeschoren Tsjech zijn laatste kronen te vergokken met caribbean stud. Naast hem zit een ronde eskimodame aandachtig zijn min-bet actie gade te slaan. Een roodharige dealster voorziet hem van kaarten en raapt keer op keer emotieloos zijn geld op. Lijkbleek, broodmager en extreem chagrijnig. Die meid ziet eruit alsof ze een twintigtal jaren geleden net buiten de boot is gevallen bij het Olympisch turnteam. En dan kom je automatisch hier terecht. Die levensweg kent geen andere afslag, zoveel is duidelijk.

Rocco en ik zien het als onze verantwoordelijkheid om hier wat leven in de brouwerij te brengen, dus wij schuiven goedgeluimd aan. Nog geen minuut later krijgen we al een paar norse sneren naar ons toe over ons gedrag... dit heb ik nooit begrepen. Wij komen hier ons geld verliezen, maar daar mogen we geen plezier in hebben. Het is de bedoeling dat iedereen nors voor zich uitstaart en als het geld op is, weer rustig het pand verlaat.
Die logica ontgaat ons volledig, dus zoals een normaal mens dan mag verwachten, krijg je bij ons natuurlijk precies het tegenovergestelde. Wij laten een paar pivo's aanrukken en gaan er eens goed voor zitten.

De eerste hand zit Rocco al direct in de actie. Hij kijkt in zijn kaarten, ziet twee paar en weet dat hij daar niet op achter ligt: "all-in!", en hij schuift al zijn fiches naar voren. De croupier slaakt een diepe zucht en probeert zichzelf te bedwingen, terwijl ze Rocco uitlegt dat hij alleen het dubbele van zijn ante mag zetten. Wij reageren verbolgen. Beneden werd ons immers verteld dat ze hier ook poker aanbieden.
"So I can't bluff?"
"No sir, you can't bluff."

Dat zullen we nog wel eens zien. Voordat de kaarten gedeeld worden heeft Rocco al zijn fiches alweer ingezet. De dealster heeft geen kwalificerende hand en Rocco wint de pot zonder showdown.
"I can't bluff? I can't bluff?" Hij draait zijn boer-hoog met trots open. "Here, I bluff you! I have nothing!"
Dit wordt duidelijk niet gewaardeerd. Een veelzeggende blik naar de baas zorgt ervoor dat de dame wordt vervangen door iemand met een iets langere lont. De ronde eskimo begint geïnteresseerd te raken in ons onorthodoxe spel. De Tsjech gromt.

Ah, daar is ze. Een echte Jana. Het leuke van een dealerwissel is dat je al je slappe grappen nog een keer kunt herhalen. Voor ons wordt het er immers niet minder leuk op. Maar deze dame is nog niet chagrijnig, dus verdient nog geen pesterijen. Flirten kan soms ook leuk zijn. Rocco is mij helaas weer eens voor: "If I win this hand, I kiss you."
Tegen alle verwachtingen in vertelt ze met een glimlach dat dat dan toch echt buiten moet gebeuren, omdat dat hier niet mag van de baas. Kijk dat horen we graag. De baas echter niet, want ik zie vanuit mijn ooghoek dat hij twee stappen dichterbij komt om zijn aanwezigheid op subtiele wijze duidelijk te maken.
Daar maak ik graag dankbaar gebruik van natuurlijk. Ik vertel de man dat ik thuis altijd tien tafels tegelijk speel en dat het hier niet opschiet, dus ik zet twee op twee boxen geld in, waarop hij uiteraard meteen bromt dat dat niet mag.
Nee, ook niet als u er eentje blind speelt meneer. Nee, ook niet als u ze allebei blind speelt. Nee, ook niet als u alles inzet wat u heeft. Nee, ik speel niet voor u meneer.
Saaie vent. Voor straf een minbet. Aan mij verdien je niks meer. "I don't like this place, I want to lose my money fast, I don't have all night, you know."
De man imiteert een steen.

Een nieuwe pils wordt even later begeleid door een nieuwe dealster. Jana moet snel weg, want anders gaan we het misschien nog leuk vinden. Het komende uur zitten we tegen een ijskonijn aan te staren waar de honden geen brood van lusten.
Mijn "one time dealer" krijgt geen reactie, mijn "one time baby" krijgt een blik van pure haat los.
Gokken moet natuurlijk wel leuk blijven. Voor Rocco is de maat vol en weet na een verloren handje weer een heerlijk casino-cliché uit zijn mouw te schudden: "You no good dealer, you no lucky, I don't play with you, I want new dealer", en draait de dame de rug toe in protest.
Ik weet de rol van beamende medegokker gelukkig nog afdoende te volbrengen, de eskimo knikt eveneens instemmend.

Rocco staat ineens op en loopt naar een andere tafel. Ik ben uiteraard wel nieuwsgierig, maar heb de taak om over te brengen dat het logisch is dat je niet speelt bij een pechdealer. Al snel wordt mijn nieuwsgierigheid bevredigd wanneer ik achter mij het verlossende woord hoor: "No green! No green!", snel gevolgd door: "Yes, I win!"
Ik had het kunnen weten: de man zit weer het welbekende rood-zwart te spelen. Ik draai me om en zie Rocco vol spanning naar het roulettewiel kijken met zijn pint in zijn hand. Hij heeft twee inzetten staan: 300 kronen op rood en 300 op zwart. De croupier probeert hem vervolgens rustig uit te leggen dat hij op deze manier nooit kan winnen. "What do you mean? I win!"
"Yes sir, but you lose this."
"Yes... but you don't understand, I win this!"
Met zijn ogen vraagt de man om hulp bij zijn collega's, maar die gaat hij niet krijgen. You're on your own, buddy.
Het wiel landt weer op rood en Rocco balt zijn vuist: "Yes, I win again! You a lucky dealer, thank you", en geeft hem 100 kronen fooi.
Eindelijk, de eerste dealer die in de lach schiet. Er is nog hoop.

Terug aan mijn tafel is de brommende Tsjech inmiddels blut afgetaaid en raken we al snel in gesprek met de eskimo. Mijn gok zou eerder een Mongool zijn, want eskimo's hebben geen Chinees gokbloed, naar ik weet, maar dat vraag je niet zomaar aan iemand. Meestal is zo'n vraag namelijk de start van een flink robbertje knokken. Uiteindelijk krijgen we toch gelijk als we horen dat deze dame uit Oelaanbaator afkomstig is.
Het grappige is dat zij hier al een paar uur zit, zonder zelf ook maar één inzet geplaatst te hebben. Dat is nog eens efficiënt je gokverslaving voeden: aan tafel gaan zitten om mee te leven met anderen. Om haar spanningsbeleving te vergroten, wordt bij ons al snel het 'squeezen' geïntroduceerd, wat bij de doorgewinterde caribbean stud spelers natuurlijk niet onbekend is.
Kaart voor kaart wordt langzaam in het zicht geknepen, uiteraard begeleid door professioneel commentaar van onze kant: "Yes, a two, very good... a nine! Yes, almost a straight..." De traagheid van elke hand zorgt natuurlijk weer voor irritatie bij het personeel, die hun uuromzet hierdoor ineens drastisch zien dalen. Door wat subtiele diepe zuchten proberen ze dit ons duidelijk te maken, maar wij laten ons niet van de wijs brengen. Wij zijn professionals. Wij zijn aan het werk.

Bovendien hebben ze niet te zeuren, omdat ze juist nu ze eindelijk wat actie binnen de muren hebben, besluiten om de tafellakens te vervangen, waardoor wij noodgedwongen een kwartier aan de bar moeten gaan zitten. "Would you gentlemens like to play other games? We have also blackjack."
"Are you stupid? We're poker players! No. We wait."

De huisregel dat je in ruil voor een extra inzet nog een kaart mag wisselen, maakt het spel natuurlijk nog spannender. Op een combinatie van 2-4-7-8-J willen we natuurlijk graag de boer inwisselen, om nog een straat te kunnen maken. Gelukkig weet onze Mongloïde buurvrouw ons steeds net op tijd met wilde handgebaren voor dit soort statistisch minder verstandige beslissingen te behoeden. Die meid zit zo in het spel, dat ze van ons al gauw een stapeltje krijgt om het zelf mee te proberen. En inderdaad, zij laat ons precies zien hoe het moet: de kaarten niet verder dan vijf centimeter voor je neus houden, tergend langzaam kaart voor kaart tevoorschijn halen, zodat je elke keer weer die gokspanning ervaart, hopend op die opbouwende climax, wat je bij teleurstelling dus nog een keer kunt voeden door een extra kaart te wisselen.
Hier maken wij dan ook zo vaak mogelijk gebruik van en bij succes zijn de high fives natuurlijk niet van de lucht. Teleurstelling hoort voor de balans ook af en toe geuit te worden door de kaarten hard weg te gooien en de dealer de schuld te geven.
Dit is natuurlijk niet meer dan logisch, want als je wint, verwachten ze ook fooi als dank. Logica dicteert dat als zij verantwoordelijk zijn voor de mooie kaarten van Rocco, dat ze die dan ook moeten dragen voor de oneindige stroom aan kartonnen kak die ik al urenlang krijg. Dat er dan af en toe in alle emotie een kaart op de grond belandt, moet dan ook begrepen worden. Dit spel is immers een emotional rollercoaster.

Nadat de Mongool leeg is en pitbaas ons voor de tiende keer heeft moeten uitleggen waarom we niet bij elkaar een kaart konden ruilen, maar wel bij de dealer, is voor ons de maat vol. Dit slaat nergens op. "We take our business elsewhere."

Wij cashen onze chips, schudden het twaalfkoppige personeel en de gele Eskimo de hand en begeven ons na een welgemeend "Na shledanou" weer naar buiten, waar wij ons met een onbevredigd gevoel door de lunchdrukte naar huis begeven.
Het is ons niet eens gelukt om ons geld te verliezen, dat is nog wel het ergste. Dat gokken, dat doen we niet meer.
Morgen maar gewoon weer pokeren. Dan valt er tenminste nog eens wat te lachen.

« Terug



Reageren op dit artikel?



 
 
Online Poker
beginnen met online poker
Speluitleg
pokerstrategie
pokerartikelen
Live Poker
Pokerboeken
Pokerfilms
Pokersoftware
Pokerspelers
pokervideos
Pokerquote
Verdubbel je geld met 888Poker