Dal Speaks: Al pokerend van Valencia naar Rotterdam



Dal Speaks

Unibet Open Valencia. Ik was er nog nooit geweest, maar dat kwam met name door het feit dat het casino daar pas net geopend was. Vooraf beloofde het in ieder geval een mooi pokerfeestje te worden, want geheel in stijl met andere Spaanse kustplaatsen vond er een ware invasie plaats van Nederlanders. Het toernooi van de Unibet Open leek op voorhand al bijzaak te worden, want dit zou voor velen de laatste kans zijn om nog wat zomers weer mee te pikken, voordat de grauwe winter over Europa neer zou dalen. Zo was het ook geen verrassing dat van de 55 Nederlanders die het hoofdtoernooi speelden er slechts één de laatste drie tafels wist te bereiken, waar dat er statistisch gezien er minimaal vier hadden moeten zijn.

In Valencia, luttele seconden voor ik -call- zei.
In Valencia, luttele
seconden voor ik “call” zei.

Zelf heb ik ook mijn best gedaan om zo snel mogelijk weer buiten te staan. In het begin liep het echter niet zoals gepland, omdat ik na nog geen twee uur spelen mijn beginstapel al verviervoudigd had. Ik had zelfs nog veel meer muntjes kunnen hebben, maar een mooie één-outer stak daar een stokje voor. Zo bleef ik gelukkig nog een beetje binnen bereik van mijn tegenstanders, die mij anders onmogelijk naar de rail zouden kunnen helpen.

Er leek maar geen eind te komen aan die eerste speeldag op de Unibet Open. De vernieuwde structuur gaf iedereen 15.000 aan fiches om mee te spelen, waardoor het van tevoren in ieder geval al duidelijk was dat er twee dagen lang tot minimaal vier uur ’s nachts gekaart ging worden. Je moet er maar zin in hebben.

Na zo’n twaalf uur spelen sloeg bij mij dan ook de vermoeidheid toe, wat zich uitte in de zoveelste kansloze bluf, en het zeggen van het woord “call”, terwijl ik ongeveer zeker wist dat ik verslagen was. Mijn even daarvoor nog zo jaloersmakende stapel muntjes was in twee handen als sneeuw voor de Spaanse zon verdwenen.

Gelukkig is de bar nooit ver weg.
Gelukkig is de bar nooit ver weg.

Helaas bleef ik nog achter met vier blinden, dus duurde mijn lijdensweg nog enkele handen langer dan de bedoeling was. Gelukkig kreeg ik al snel twee koningen gedeeld, zodat ik een excuus had om die laatste muntjes naar het midden te schuiven. Twee andere spelers wilden graag mijn scalp aan hun kerfstok rijgen, dus ik zag het alweer gebeuren dat ik zomaar weer een dikke stapel voor mijn neus zou hebben staan. Dat was de bedoeling natuurlijk niet. Met blijdschap nam ik kennis van de kaarten van mijn tegenstanders: pocket azen en aas-boer. Geheel in stijl sloot ik het toernooi af: de aas-boer schakelde twee spelers uit, waarvan ik er dus één was. De uitingen van ongeloof waren niet van de poes, maar daar kreeg ik al niets meer van mee. Bovendien was ik er niet van onder de indruk. Die hoort hij gewoon één keer in de negen keer te winnen, dus waar hebben we het over.

Zo kon ik de rest van mijn bezoek aan Valencia gelukkig nog vullen met de dingen die ik veel liever doe: grappige filmpjes maken, bijdehand commentaar geven bij de internetuitzending van Unibet en biertjes drinken. De dagen vlogen voorbij.

Voor ik er erg in had, kon ik mijn biezen alweer pakken richting Nederland, alwaar ik weer een gooi kon doen naar het Nederlands kampioenschap. Dat het behalen van een nationale titel zelfs voor pokerspelers nog enigszins begerenswaardig is, bleek uit het feit dat het toernooi uitverkocht was. Zo moest ik het dus opnemen tegen 199 andere hoopvollen, waaronder uiteraard vele spelers ‘van naam’.

Na jaren van omzwervingen gaat zo’n pokertoernooi veelal op de automatische piloot. En dat heeft niet alleen betrekking op het toernooi, maar ook op alles eromheen. Het begint al op het vliegveld, als ik moet kiezen tussen de wachtrijen bij de incheckbalies. Zonder erbij na te denken scan ik de rijen af en plaats ik mezelf rap achteraan de rij waarin zich geen bejaarden en Chineze gezinnen bevinden. Het eenvoudigste recept voor een zo kort mogelijke wachttijd, zo heeft de ervaring mij geleerd.
In recordtijd stond ik dan ook voor de deur van het Holland Casino Rotterdam, waar de Dutch Open gehouden werd.

Ramon Elting na zijn overwinning in 2005.
Ramon Elting
na zijn overwinning in 2005.

Grote afwezigen waren voormalig kampioenen Ramon Elting en Jan Bakker, twee minder bekende namen bij het grote publiek. Toch, als we Holland Casino mochten geloven, hadden deze twee spelers de eer om als de eerste winnaars van het Dutch Open te boek te staan. Het hele Rotterdamse casino hing er immers mee behangen, dus dan zal het wel waar zijn.
Het jaar 2005 is voor mij grotendeels een zwart gat, maar ik kon me toch echt niet herinneren dat Elting er toen met de nationale titel vandoor ging, in plaats van een zekere heer Slotboom.

Aan tafel was deze ‘epic fail’ van de Holland Casino marketingboys ook het gesprek van de dag. We konden het niet laten om te fantaseren wat er gebeurd zou zijn als er was besloten dat de galerij der winnaars opgefleurd zou worden met een foto uit het archief, of sterker nog, als de voormalig kampioenen die dag vereeuwigd zouden worden in een groepsfoto. Ik zag het al helemaal voor me: dat er twee van die ouwe mannetjes achter hun gokkast vandaan werden getrokken en een bos bloemen in hun hand gedouwd kregen, en met een verdwaasde blik in hun ogen poseerden voor de foto.

Gallery of Champions
Gallery of Champions
(Klik voor een vergroting)

Helaas bleef de organisatie verdere vernedering bespaard, al hadden we dit natuurlijk wel graag meegemaakt.

Het toernooi zelf verliep voor mij uiteraard weinig voorspoedig. Zo ik mijn stapeltje uitbouwde met geluk, zo slonk mijn chipcount weer met pech, en uiteraard met enkele totaal verkeerd getimede plays. Het was vooral Jenö Marton die ik die dag aan een flinke stapel munten hielp, wat genoeg was om hem van een finaleplaats te verzekeren. Graag gedaan, zei ik nog.

Het was echter Lex Veldhuis die na zijn mislukte NK-finale in 2008 met de eer en de titel ging strijken. Zijn bekende blow-ups resulteerden dit keer niet in het verliezen van zijn muntjes, en dan heet het anders. Dan ben je de tafel aan het aanstampen. Een terechte overwinning dus.

Lex Veldhuis zag het nooit somber in.
Lex Veldhuis zag het
nooit somber in

Ik was er alleen al niet meer bij om het van dichtbij mee te maken. Mijn kleine Tour d’Europe zat er alweer op en ik kon mezelf weer bij vrouw en kind in Praag vervoegen, om mij alvast mentaal en financieel voor te bereiden op de volgende teleurstelling: het Tsjechisch pokerkampioenschap van eind november.

Vorig jaar wist ik het in dit vierdaagse toernooi nog tot de vijfde plek te schoppen, dus ik kan niet anders dan goede hoop koesteren dat ik dat kunststukje wel even ga verbeteren. Uiteraard komt ook aan de pokertafel hoogmoed voor de val, dus ik verwacht er om die reden dan ook niet veel van, maar toch koester ik om één of andere reden altijd nog dat sprankje hoop op een overwinning. En dat is toch hetgene wat mij en vele anderen keer op keer weer naar die toernooien lokt.
Ik ben benieuwd of ik dat ooit zal afleren. Hopelijk niet, want thuis zitten is ook maar saai. En dan heb ik tenminste nog wat om over te blijven klagen. Dat is ook wat waard.


Klik hier voor meer artikelen van Peter Dalhuijsen »



Reageren op dit artikel?



 
 
Online Poker
beginnen met online poker
Speluitleg
pokerstrategie
pokerartikelen
Live Poker
Pokerboeken
Pokerfilms
Pokersoftware
Pokerspelers
pokervideos
Pokerquote