Dal Speaks: Een vervelend handje



Dal Speaks

De Unibet Open streek een tijdje geleden neer in Praag. Dat is wel handig tegenwoordig. Ik hoef niet meer de wereld rond om toernooien te spelen, heden ten dage komen ze gewoon naar mij toe. Voor mij weer eens de gelegenheid om mijn best te gaan doen om muntjes te verzamelen, met het bijkomend voordeel dat ik ’s nachts gewoon in mijn eigen bedje kon slapen.

Een thuiswedstrijd heeft zo zijn voordelen. Zo hoef ik niet meer in de rij te staan om een casino-lidmaatschapskaart op te halen. Nu ik erover nadenk is dat helemaal nog niet zo’n groot voordeel trouwens, want hierdoor kan ik geen babbeltje maken met die rondborstige dames die ze daar achter de balie hebben geparkeerd. Maar goed, nu kan ik mij tenminste concentreren op de taak die voor me ligt: de eerste speeldag overleven, die zeker meer dan twaalf uur zal gaan duren.

Aan mijn tafel herken ik geen enkel gezicht, behalve die van de dealer. Dat betekent op zich nog niet zoveel, want ook al zijn de Unibet Open spelers veelal voor het eerst achter hun computer vandaan gekropen, het wil ook niet bepaald helpen dat ik door recente familie-uitbreidingen het laatste jaar zelf niet echt meer het circuit afreis. Maar dat kan dus ook in mijn voordeel werken, dat ze niet in de gaten hebben dat die knakker in stoel 9 al meer dan 75 WSOP-toernooien heeft gespeeld en voor de duvel nog niet bang is. Enfin, we gaan het zien.

Dal Speaks

We beginnen het toernooi met 10.000 chips, wat in het begin goed is voor 200 blinden. Wat moet je ermee, zou je zeggen. Al snel besluit ik om driekwart van mijn stapel te reserveren voor kansloze blufs, want mocht dat onverhoopt misgaan, dan heb ik nog steeds vier uur lang een meer dan comfortabele stapel om mee te werken.
En zoals gepland beland ik tot twee keer toe in een kansloze situatie, wanneer ik wanhopig een Fransman van zijn top pair probeer af te zetten. Toch één van de stomste dingen die je kunt doen in het poker, maar dat terzijde. Het geluk is echter aan mijn zijde, wanneer ik beide keren de flop check-raise met niks en op de river onverhoopt in een runner-runner straat ben beland, waardoor mijn derde barrel ineens verandert in een zogeheten value bet. Dit vind ik persoonlijk altijd de mooisten. Mijn tegenstanders vinden ze doorgaans iets minder, overigens.

Zo ben ik al snel chipvader aan tafel met 18.000 chips en lijk ik wederom op weg te gaan naar een mooi stapeltje. Mijn gedachten gaan even terug naar het vorige Unibet-toernooi in Golden Sands, Bulgarije. Toen had ik tegen het eind van de dag ook een flinke stapel staan, tot ik in een vrij serieuze pot belandde met koningen tegen zevens. De zevens wonnen de pre-flop all-in en even later ging de rest erin met een flipje, wat een voortijdige einde maakte aan mijn toernooi, terwijl ik er vijf minuten eerder nog juist zo lekker voorstond. Dat was niet zo leuk om mee te maken. En wat het nog iets vervelender maakte, is dat die kerel met die zevens uiteindelijk het toernooi won. Dan ga je toch denken van “tja”.
Het plan was in ieder geval om dat dit keer anders te doen. Vorig jaar was ik hier in het prijzengeld beland, en ik zag geen reden waarom ik dat niet op zijn minst zou herhalen.

Dal Speaks

Tegenover mij zit een of andere kneus een boek te lezen. De ervaring heeft mij geleerd dat dat de nummer één tell is dat iemand alleen maar zit te wachten op tophanden. Nu is er met deze man alleen iets anders aan de hand. Op zijn schouder staat dat hij een Unibet-ambassadeur is, met een Litouwse vlag ernaast. Daaronder zie ik zijn bijnaam staan: The Reader. Dit ervaar ik als tenenkrommend. Blijkbaar heeft deze man besloten dat dit zijn table image moet zijn, maar ik kan met al mijn inlevingsvermogen niet verzinnen wat dit voor positief nut heeft. En wie probeert hij hiermee voor de gek te houden? Alsof hij thuis ook tussen de handjes door een boek zit te lezen, wanneer hij op Unibet zit te 12-tafelen. Rare snaak.
Ik neem mij voor om dit mislukte figuur zo snel mogelijk uit het toernooi te wippen, en anders hem buiten op te wachten om hem zijn boek te laten opeten. Gelukkig kom ik al snel in een situatie terecht waarin ik die kans krijg, want we spelen pas het tweede level, met een big blind van 100 dus.

Een Fransman die maar wat doet heeft niet zoveel muntjes meer en trapt zijn laatste 16 blinden erin. De lezer legt zijn boek even weg en maakt er 3.200 van. Drie stoelen verderop zit ik in de kleine blind en zie twee koningen. Ik maak er op nonchalante wijze 8.000 van, om hem nog de kans te gunnen de rest van zijn stapel erin te schuiven met een mindere hand. De actie foldt rond en hij begint na te denken. Tenminste, het lijkt erop alsof hij net doet alsof hij nadenkt. Ik begin het gevoel te krijgen dat hij daar met azen zit. Terwijl hij dit doet kijkt hij naar het plafond, wat ik hem ook al twee keer eerder zag doen toen hij de nuts had. “Let op”, zeg ik tegen mijzelf, “na een halve minuut gaat hij met trillende handen all-in, want die vent heet gewoon azen.”
En zo geschiedde. Ik kijk hem aan voor nog wat informatie, maar hij gaat rustig weer in zijn boek zitten lezen. Tenminste, dat veinst hij. Met trillende handen slaat hij een pagina om. Ik bid tot de pokergoden dat hij 20.000 chips heeft, zodat ik nog kan folden, maar de dealer komt niet verder dan 15.600. Ik moet dus nog 7.600 bijleggen in een pot van 25.350. Het duurt even een minuutje voordat ik het uit mijn hoofd kan uitrekenen, maar ik krijg dus bijna 3,5 tegen 1 op mijn geld, zoals dat heet. Moet ik hier nou callen, terwijl ik zeker weet dat hij azen heeft? Pot odds of equity-technisch gezien? Ik heb daar verdacht weinig zin in en probeer te verzinnen hoe ik hier nog onderuit kan komen.

Dal Speaks

Alleen na een tijdje begint het duveltje op mijn schouder zich ermee te bemoeien: “Misschien heeft hij ook koningen”, al snel gevolgd door: “Misschien heeft hij gewoon aas-koning.” Tja, daar heeft de man een punt, het is immers een Unibet Open. Ik heb hier wel gekkere dingen gezien, helaas alleen niet van kneuzen die boeken zitten te lezen.
Uiteindelijk komt datzelfde duveltje met een laatste, doorslaggevend argument: “Joh, wat zit je nou, er komen toch nog vijf kaarten? Als je je koninkje hit, is ‘ie nergens meer met z’n azen.” Ja, daar kan ik inderdaad weinig tegen inbrengen. Ik maak schoorvoetend de call, terwijl ik vast aankondig dat die boekenwurm azen heeft.
Toch blijft het soms naar om gelijk te krijgen, zo ook hier het geval is. Ik krijg een verraste blik toegeworpen, die zoveel wilde zeggen als: “Hoe kun je dat nou in vredesnaam weten?” Als die man eens wat meer op zou letten aan tafel, in plaats van daar een beetje te zitten lezen, dan pikt ‘ie misschien nog eens wat op. Ik voel me niet geroepen om hem iets uit te leggen. Mijn prioriteit ligt nu bij het hitten van een koning.

De Fransman die ook all-in is, die door mijn overpeinzingen inmiddels al bijna in slaap was gevallen, schrikt plots wakker van de vrouw op de turn, die van zijn pocket vrouwen de beste hand maakt. Die kaart geeft mij tevens een straatkans: vier-op-een-rij heb ik nu. “Give him an ace”, zeg ik tegen de dealer, en die gun ik hem ook oprecht. Die krijgt hij echter niet, en ook geen negen, dus de man moet zijn boek even een paar handjes opzij leggen om zijn kasteel van fiches op te bouwen, terwijl ik beteuterd achterblijf met 2.400 chips.

Dal Speaks

Een stapel van 24 blinden is natuurlijk meer dan genoeg om mee te werken, dus ik maak me niet druk. Het duurt dan ook nog meer dan twee uur voordat die op zijn. Voor de vorm lever ik ze ook maar in bij mijn belezen vriend. Hij raist mijn big blind, ik trap mijn 13 blinden erin met 8-7 offsuit en hij callt met pocket drieën. Ik kan in ieder geval nog zeggen dat ik er weer met een flipcoin uit ben gevlogen.

Een paar dagen later kijk ik toch enigszins nieuwsgierig op de blog van mijn nemesis van het toernooi. Google Translate helpt mij het Litouwse verhaal te ontcijferen. Hij vertelt over een cruciale pot die hij met azen speelde, tegen een agressieve en zeer goed spelende Scandinaviër. Hij was erg onder de indruk dat die speler hem vertelde dat hij alleen maar azen kon hebben, nog voordat de kaarten open gingen, maar ook begreep dat hij niet meer kon folden, omdat de pot al zo groot was. Ik lees daar ook dat hij het einde van de dag niet heeft gehaald. Gelukkig maar. Nu kan ik die nacht tenminste rustig slapen. Maar dat is voor later. Eerst nog even naar het Unibet-feestje.

Fotografie: Matt Edwards / Unibet 2010

Klik hier voor meer artikelen van Peter Dalhuijsen »



Reageren op dit artikel?



 
 
Online Poker
beginnen met online poker
Speluitleg
pokerstrategie
pokerartikelen
Live Poker
Pokerboeken
Pokerfilms
Pokersoftware
Pokerspelers
pokervideos
Pokerquote