|

Peter Dalhuijsen en Steven van Zadelhoff, dat zijn de beste vrinden, die je maar kunt vinden. Hoff is acrobaat (lees: ex-free fighter) en één van de beste toernooispelers van Nederland. Hij boekte topresultaten in onder meer de Sunday Million, WPT en WSOPE en tevens één van de professionals die bezoekers van Nederpoker van topadviezen voorziet. En Dal houdt van kattekwaad en is tevens Nederlands Kampioen poker en toernooisnuiter pur sang. In deze rubriek, die gepubliceerd werd in het tijdschrift Poker Magazine, bespreekt het duo hun laatste pokerbeslommeringen op geheel eigen wijze...
“Hey Dal jongen, kom binnen. Ik wist niet dat jij nog in het land was.”
“Zal ook niet lang meer duren hoor, wat een baggerweer is het hier.”
“Ja, tuurlijk… en in Praag zitten ze nu lekker met hun ballen in de zon zeker?”
“Nou ja, het gaat om het idee, hè? Wat ruikt het hier trouwens smerig schoon.”
“Kan wel kloppen ja, ik ben gestopt met roken. Ik hoorde laatst van iemand dat dat vrij ongezond is. Hadden ze ook wel eens eerder mogen zeggen.”
“Ach, ze zeggen zoveel. Maar wat toevallig, ik mag ook niet meer roken van de dokter. Als ik tenminste nog een paar jaar meewil.”
“Oh ja, jij had vorige week in Amsterdam effe moeite om op te been te blijven, hè?”
“Ja, mijn brakke lijf besloot om mij maar eens duidelijk te maken dat het de hoogste tijd was om iets te veranderen in mijn ongezonde levensstijl. Belachelijk dat ’ie daar niet even een dagje mee kon wachten. Het was in ieder geval wel even schrikken. Maar goed, het gaat nu wel weer, dank je.”
“Ah joh, maak je niet druk. Ik zal eens een lekker glaasje water voor je pakken.”
“Een biertje vind ik wel lekker. Dat heb ik wel verdiend. Kan jij ondertussen een zielig verhaal ophangen over waar het bij jou misging van de week.”
“Misging? Ik heb wel eens slechtere weken gehad hoor.”
“Wat een praatjes weer. Je weet zelf ook wel dat niemand een vierde plek langer dan een paar weken onthoudt.”
“Zit wat in. Maar ik heb in ieder geval lekker kunnen kaarten. Tenminste, tot het misging natuurlijk… maar ja, da’s meestal, hè?”
“Oh ja wacht, jij vond het weer eens nodig om alles er voor de flop in te smijten in het Main Event, hè? Dat doe je anders toch nooit?”
“Ja, da’s op zich niet zo’n gek idee als je puntmutsen hebt. Je kunt je beter afvragen wat die rooie aan het doen was.”
“Welke rooie?”
“Die Gustav Ekerot. Kijk, hij smijt zijn 60K er ook in bij een average van 40K, maar dan met koningen. Maar goed, smijten, daar staan Zweden wel om bekend natuurlijk.”
“O ja, en jij wou nou beweren dat hij dat niet had moeten doen dan?”
“Nou, dat wil ik niet zeggen, ik vond het namelijk best prettig dat hij dat deed.”
“Tot de flop kwam dan.”
“Ja, da’s duidelijk, bedankt. Maar goed, hij had wel een beetje aan mogen voelen wat ik aan het doen was daar, ja.”
“Hoezo, jij raiset met troep, hij re-raiset met troep... Zegt niks als jij daar een keer overheen komt dan toch? Ja, hooguit dat je net geen troep meer hebt.”
“Nou, op zich kan ik daar dan juist nog wel prima troep hebben, of een monster dus juist. Mijn range is vrij gepolariseerd daar.”
“Polen?! Ho es effe, net zei je nog dat het een Zweed was.”
“Zucht, Dal. Wanneer heb jij voor het laatst een pokerboek aangeraakt?”
“Haha, ja das een goeie. Boeken over poker… die heb ik toch niet nodig om aan te voelen wanneer het erin moet. Als ik vind dat het erin moet, dan gáát het er ook in. Simpel.”
“Ja goed, dat dacht die rooie dus ook. Het heeft hem geen windeieren gelegd, want hij is uiteindelijk nog tweede geworden met mijn muntjes.”
“Niet alleen jouw muntjes hoor, zo erg was het nou ook weer niet. Maar doe mij eerst nog maar eens zo’n nieuw flesje, de vijf zit immers allang weer in de klok.”
“Fijn dat ik in ieder geval altijd op jouw medeleven kan rekenen. Het is tegenwoordig niet eens meer erg om ergens een bad beat te krijgen, die Dal steunt je toch wel.”
“Ja, ik zal je even het ravijn in steunen ja. Je moet niet zeuren, je hebt al genoeg gewonnen. Kom je trouwens nog naar Praag volgende week?”
“Ja, ik ben erbij. We moeten toch een keer ergens een titel binnenslepen. Dan maar Tsjechisch kampioen, het is beter dan niks.”
“Ja, lachen man. Potje kaarten, biertje erbij…”
“Heeft de dokter daar niks over gezegd dan? Ik weet inmiddels dat jij de beste beslissingen maakt in je leven als je net niet helemaal nuchter bent, maar of je lijf dat ook zo leuk vindt?”
“Ik hoorde hem iets zeggen dat het best gezond is om per dag een paar glazen bla bla bla… toen ben ik maar gestopt met luisteren, ik wist genoeg.”
“Haha, proost. Op Praag dan maar.”
“Ja man, daar ga je.”
|