|

Mijn dag 1C van de Unibet Open begint gelukkig pas om 14:00 uur, dus heb ik alle tijd om de benodigde energie te verzamelen. Ik nestel mezelf in een Grand Café om de hoek, waar ik een paar prijzige koppen koffie tot me neem en geniet van het uitzicht op het voorbijtrekkende vrijdagochtendpubliek. Al valt me wederom op dat hier niet zoveel te genieten valt als in Praag. Maar goed, daar waren we hier niet voor gekomen.
Pokeren, hoe ging dat ook alweer... ach, we zien het allemaal wel. Het is immers net als fietsen.
Het Tropicana Casino ziet van binnen in ieder geval wel grappig uit. Gooi wat plastic palmbomen neer, laat het personeel in Hawaiibloezen rondhobbelen en voor je het weet heb je alweer een thema te pakken. Bij de bar hoor ik het bekende geroezemoes van zenuwachtige first-timers, die hun strategie-uitwisselingen vergezellen van het aansteken van de ene sigaret na de andere. Uitzondering hierop zijn natuurlijk de Zweden, die zich in afwachting van het toernooi met een pils rond de blackjack-tafel hebben verzameld.
Hoe het ook zij, ik word altijd een beetje kriegel van die stress-energie die daar hangt, dus ga maar weer even naar buiten, totdat het toernooi echt begint.
 Het Tropicana Casino
Een paar minuten voor het schudden en delen is de casinovloer eindelijk leeg, heeft iedereen zijn plek aan tafel al ingenomen en kan ik eindelijk rustig een bakkie pleur tot mij nemen. Wanneer ik even later naar mijn tafel toe sjok heb ik daadwerkelijk zin om weer eens een ouderwets potje te kaarten. Ik trek dan ook maar weer de lolbroek aan, in de hoop dat het gespannen sfeertje aan tafel snel plaats maakt voor een relaxte homegame-sfeer, waarin men wat minder zorgvuldig met zijn muntjes omgaat. En mocht dat onverhoopt niet gebeuren, heb ik in ieder geval nog wat te lachen.
Unibet Open regular Daniël van Kalkeren zit links van me en samen proberen we de dag zo goed mogelijk door te brengen. Dat lukt hem iets beter dan ik, omdat het mij uiteraard niet lukt om de eetpauze te halen. De tegenstand is niet al te heftig, dus we hoeven weinig rare capriolen uit te halen om muntjes te verzamelen. Gewoon een keer koningen tegen vrouwen krijgen is voor Daniël al genoeg om zijn stapeltje te verdubbelen. Ik probeer ook zoiets te regelen, maar dat gebeurt uiteraard niet. Mijn waarschijnlijk iets te dikke riverbet wordt twee keer niet afbetaald, waardoor ik een beetje rond dat startstapeltje blijf hangen. Ach, met deze structuur hoef ik geen haast te hebben. Die dikke showdown komt toch nog wel langs.
 Commentaar bij de live stream
Even later krijg ik gelijk, wanneer ik twee boeren zie. Ik verhoog de pot en een limper gaat vrolijk mee. Flop komt tien-vijf-vier, waarna mijn opponent mij all-in checkraist. Ik ga uiteraard nergens heen en blijk tegen aas-tien aan te zitten. Zie je wel? Geduld wordt beloond. Op de turn komt een drie, waardoor de man er een gutshot bij oppikt. Ik krijg een beetje een nare kriebel in mijn maag en vraag aan Daniël: "Voel je hem ook al?"
En jawel, een tien valt op de river en ik kan weer mijn spreekwoordelijke biezen pakken. Tja... What can you do, I got my money in good, that's poker, en meer van dat soort cliché-opmerkingen. De rest van het ritueel is al langer bekend: tijd voor pils.
 Jokerstad
Rocco en Señor Ten waren ondertussen wezen kijken hoe deze stad er bij daglicht uitziet. Een bezoekje aan een traditioneel Hongaars badhuis hoorde daar uiteraard bij en scheen een aanrader te zijn. Niet dat ik in deze stad ooit nog met een gerust hart mijn portemonnee ergens achter zou laten om een rondje te gaan zwemmen, maar dat terzijde. Daarna waren de jongens even snel bij een Thai gaan snacken, maar dat was minder goed bevallen, omdat ze nog niet besteld hadden, of er liep alweer een kakkerlak over tafel.
Ach, zolang die maar niet meegebakken wordt, maakt dat natuurlijk allemaal niet zoveel uit en zelfs dan schijnen die dingen nog prima te smaken. Ze hadden in ieder geval hun buikjes rondgegeten, en we komen elkaar op tijd tegen om op zoek te gaan naar een mooi feestje.
Het oog van de jongens was gevallen op een grote discotent, waar volgens boze tongen de volledige Boedapestiaanse porno-industrie na een lange werkweek een afzakkertje ging halen. Wij zien dit uiteraard ook als een mooie gelegenheid om even te integreren op deze vrijdagborrel en wat couleur locale op te snuiven.
 Het standbeeld van de legendarische Zoltán Kovács
Even later komen we aan bij een oud havengebouw, wat nu dus een nieuwe functie heeft sinds Hongarije niet meer die grote zeegrootmacht is, die het ooit was. Onvoorstelbaar eigenlijk. Het lijkt nog maar een paar jaar geleden dat de grote Hongaarse Armada al kajakkend de Donau afzakte om die vervelende Serviërs eens een lesje te leren.
Uiteraard is zoals bekend toen de volledige Hongaarse kajak-armada, zeker dertig vaartuigen sterk, onder leiding van de legendarische houthakker Zoltán Kovács, ten onder gegaan in een windhoos van middelmatige sterkte en hebben ze de Servische grens helaas nooit kunnen bereiken. Dit was het einde van een tijdperk.
Deze tragische septemberdag uit het midden van de jaren '80 wordt nog steeds jaarlijks herdacht, wanneer men zich op het centrale plein in Boedapest verzamelt, waar om klokslag kwart voor drie 's middags de burgemeester een glaasje Palinka achterover slaat en een schaap door midden zaagt.
Maar men hoeft niet te treuren. Dit gebouw, dat zo'n belangrijke rol heeft vervuld in de nationale geschiedenis, heeft een prima nieuwe functie gekregen. Eenmaal binnen zijn we ook zeer positief gestemd.
De bekende clubmuziek stampt op zo'n geluidsniveau door de zaal heen, dat een gesprek voeren direct tot het verleden behoort, dus kunnen we weinig anders doen dan onze ogen eens goed de kost geven. We kunnen in ieder geval genieten van genoeg prettig uitzicht, omdat er een blik schaarsgeklede dames is opengetrokken, die vanaf twee podia aan weerszijden van de dansvloer zo a-ritmisch mogelijk met hun achterwerk staan te zwaaien. Uiteraard zien wij ook enkele dozijnen kerels volledig gehypnotiseerd naar dit schouwspel turen, waartoe wij al snel ook behoren.
 De stijlvolle inrichting van Club Dokk
Wat verder meteen opvalt is de samenstelling van het aanwezige publiek. We zijn het met elkaar eens dat we nog nooit zo'n grote verzameling ploerten bij elkaar hebben gezien. Zonder uitzondering ziet elke kerel eruit alsof hij onlangs nog in Joegoslavië heeft gevochten, wat waarschijnlijk ook zo is. Het mannelijke publiek wordt hier gekenmerkt door een kort militair kapsel op een bijzonder laag voorhoofd, en uiteraard een zeer norse uitstraling op het gezicht. Door de vele uren krachttraining is er wederom geen nek meer zichtbaar, maar dat valt niet zoveel op, omdat iedereen dit heeft. In treintjes patrouilleren deze mannen op en neer over hun territorium, op zoek naar... tja, naar wat eigenlijk. Ik vermoed dat ze dat zelf ook niet weten.
Sommigen hebben een meid bij zich, die zich gedwee door de zaal mee laat slepen. Voor het eerst zien we hier een flink aantal appetijtelijke meiden langskomen, die hun best hebben gedaan om er zo ordinair mogelijk uit te zien. Uiteraard verdenken we de meesten ervan om in eerdergenoemde filmindustrie te werken, maar zeker weten doen we dat natuurlijk niet.
Señor Ten kan zijn nieuwsgierigheid toch niet bedwingen en wil het toch weten van een zekere dame, die voornamelijk opvalt omdat ze bepaald geen moeite heeft gedaan om haar onmetelijk grote borsten aan het zicht te onttrekken. Hij vindt het wat lullig om het direct aan die meid te vragen, dus komt hij op het lumineuze idee om het aan de boomlange, afgetrainde derper te vragen die naast haar staat. Ik voorzie alweer problemen ontstaan, als dit testosteronblok in zijn mooie witte stretch-shirt wat moeilijk begint te kijken wanneer Señor Ten in zijn oor staat te bleren. Gelukkig komt dit voort uit onbegrip, wat gezien de situatie nog niet eens zo vreemd is.
Onverrichterzake, maar met zijn voortanden nog intact, keert Señor Ten weer terug en we besluiten om het vanaf nu maar bij een aanname te laten. Dat is immers wel zo veilig.
 Ondertussen in de Tropicana...
De rest van de avond verloopt weinig spectaculair, en als de drank op is en dat Señor Ten iets teveel begint te worden, keren we maar weer hotelwaarts.
De volgende dag is het alweer tijd voor ons om te gaan, terwijl er in het Tropicana Casino nog volop wordt doorgespeeld voor de overwinning in de Unibet Open. Op de Unibet-website is een mooie live stream te zien, alleen wij krijgen daar niet zoveel van mee. De 360 spelers zijn gereduceerd tot één tafel, waaraan ook mijn voormalig tafelgenoot Daniël van Kalkeren plaats mag nemen. Helaas moet hij als zevende het veld ruimen, maar de troostprijs van iets meer dan €18.000 maakt het natuurlijk alsnog een succesvolle trip voor deze Unibet-liefhebber.
De Spanjaard Alvaro Aspas Tarazòn gaat er even later uiteindelijk met de overwinning vandoor, wat hem €135.000 oplevert. Niets dan blijdschap aan zijn kant natuurlijk, en dat is ook logisch, omdat hij daar weer flink wat olijven van kan kopen.
Het is hem gegund.
 De zingende zaag
Wij sluiten deze leerzame trip af in een zo typisch mogelijk Hongaars restaurant, want wij zijn de beroerdste niet om de jongens nog een kans te gunnen. Wij zoeken voor de zekerheid maar een beetje een klassetent op, in de hoop eens een keer niet opgelicht te worden, of om ongedierte rond te zien lopen. En dat lukt.
Een vierkoppig ensemble speelt bekende tangodeuntjes, en tussendoor slooft de violist zich zelfs nog even uit op een zingende zaag. Dit geeft onze laatste maaltijd hier de gewenste sfeer, waardoor we door de vingers kunnen zien dat het bedienende personeel ook hier weinig kaas van dienstverlening gegeten heeft. Maar we verwachtten ook weinig anders.
Goed, het zit erop. De buikjes zijn rondgegeten en we stappen maar weer in de Mercedes, zodat we net op tijd thuis kunnen zijn voor Internationale Vrouwendag. Uiteraard wordt er weer verwacht dat we voor onze wederhelften iets van een kado meenemen, terwijl wij zelf deze dag niet zo bijzonder veel te vieren hebben. Ach, we kijken wel of we onderweg iets leuks kunnen vinden bij de benzinepomp, wat past bij deze dag. Een schort en een afwasborstel vind ik zelf wel een mooi kado. Daar wil ik desnoods wel een stukje voor omrijden.
|