|

"You can sheer a sheep many times, but you can skin him only once..."
Deze pokerwijsheid is duidelijk nog niet tot in Hongarije doorgedrongen. Waar wij normaal een goede hustle wel kunnen waarderen, gaan ze hier in dit oord toch echt op alle fronten te ver. Maar hierover later meer. Allereerst antwoord op de vraag wat we hier in vredesnaam eigenlijk doen.
Unibet organiseert al een tijdje pokertoernooien op Europese bodem onder de noemer Unibet Open. Met een buy-in van €1.500 en elke keer meer dan 300 deelnemers zijn dit uitstekende toernooien om te spelen. Op Unibet is op verschillende manieren een ticket te bemachtigen, met satellites, rake races, noem maar op, maar er zijn inmiddels ook genoeg spelers die zich er direct voor inkopen. En terecht ook. Unibet vindt het leuk om wat bekende mensen in hun toernooien te zetten, wat in ieder geval zorgt voor de nodige dosis dood geld.
Over dood geld gesproken, de vriendelijke mensen van Unibet wilden graag dat wij dit ook eens van dichtbij mee konden maken, dus nodigden ze ons uit om hier een kaartje te komen leggen. Wij waren hier nog nooit geweest, dus waarom niet. Zo hadden Rocco en ik al snel een stabiele Mercedes gehuurd om het korte ritje van vijf uur af te leggen vanaf Praag naar Boedapest.
 Origineel hoor...
Het schemerde al iets toen wij bij de Donau waren aanbeland, maar we konden al meteen zien dat deze stad heel laf probeert om Praag te kopiëren. Riviertje door het midden van de stad, heuveltje ernaast met zo'n burcht erop en uiteraard ook heel afgezaagd met van die bruggen over het water. Het is toch niet zo moeilijk om zelf wat te verzinnen? Wij konden er in ieder geval niet warm of koud van worden.
In het Marriott aanbeland maken we al meteen kennis met de Hongaarse gastvrijheid, als het ijskonijn achter de receptie duidelijk probeert uit te stralen dat zij niet van onze grappen gediend is. Nee, humor, dat hebben ze hier achter het IJzeren Gordijn niet nodig. Het is zo al hard werken genoeg.
Dat we hier niet beleefd welkom worden geheten nemen we verder ook maar voor lief, want het zal voor die meid wel een lange dag zijn geweest. Rocco en ik installeren ons op onze kamer en nemen even het informatieboekje van Unibet door, waarin ze het een en ander uiteenzetten over de stad. Wat direct opvalt is de waarschuwing dat behalve de twee casino's die daarin vermeld worden, het ernstig wordt afgeraden om ergens anders heen te gaan, omdat daar je 'personal safety' en de 'cleanliness of the game' niet kunnen worden gegarandeerd.
Welkom in Boedapest.
Als even later Señor Ten binnen komt druppelen kunnen we de stad gaan verkennen. Uiteraard wordt eerst een mooie karaoke-kelder aangedaan, want dat was alweer te lang geleden. Na een paar uur hier doorgebracht te hebben, waarin uiteraard de nodige klassiekers de revue passeerden, beginnen we al een goed beeld te krijgen van de Hongaar.
De mannelijke Hongaar is doorgaans slechts drie turven hoog en mag graag gewichtheffen of kajakken, waardoor hij eigenlijk geen nek meer heeft. De Zoltans en de Gabors in kwestie gaan vaak gekleed in een halflange lederen jekker, omdat dat een mooi contrast biedt met die gouden ketting, die ze op de bazaar voor een paar florijnen op de kop hebben weten te tikken en nu zo statig tussen het borsthaar bungelt.
Wat vrouwen betreft is toch het woord 'teleurstellend' het meest van toepassing. Geen langbenige deernes, zoals we die in Praag gewend zijn, maar gewoon veel kleine wezentjes waar weinig vrouwelijks vanaf straalt, met doorgaans heel slechte tanden. Natuurlijk moeten er ook uitzonderingen zijn die de regel bevestigt, dus gaan wij maar op zoek naar een of andere club met schaarsgeklede dames, zodat we de boel eens van dichterbij kunnen bekijken.
 Zoltan doet een nummertje
Een vriendelijke taximeneer brengt ons naar 'the best place in town', dus we zijn uiteraard benieuwd. Hij geeft ons wat kaartjes waarmee we gratis binnen kunnen komen, dus dat is altijd fijn. In een uitgestorven woonwijk worden we bij het enige lichtgevende uithangbord afgezet die de straat rijk is. Dat kan alleen maar goed zijn.
Binnen passeren we een kleine haag van mannen zonder nek, maar daar zijn wij niet van onder de indruk. We zeggen elkaar vriendelijk gedag en op vertoon van onze kaartjes kunnen we binnen plaatsnemen. Als eerste valt op dat er helemaal niemand binnen is, behalve een dozijn dames die verveeld zitten te wachten tot ze weer een paar minuten aan een paal mogen hangen. Verder niks bijzonders dus. Wij bestellen een paar drankjes en bespreken de beslommeringen van de dag.
Het duurt natuurlijk niet lang voordat de meiden zich komen melden met het vriendelijke verzoek om heel veel geld aan ze uit te geven, maar daar geven wij geen gehoor aan. Niet alleen omdat we daar gezien onze thuissituatie niet tot nauwelijks behoefte aan hebben, maar voornamelijk ook omdat ook deze sample aan locals op zijn beurt flink tegenvalt.
Wij kunnen weinig anders concluderen dan dat we hier niet zoveel meer te zoeken hebben. Na het tweede drankje komt de chef de rekening brengen en we dachten daarmee klaar te zijn, maar dan begint de pret pas.
Dat de drank redelijk aan de prijs was, dat wisten we al, maar we hadden tenslotte gratis entree. Alleen waren we er kennelijk niet van op de hoogte dat je per persoon bij je eerste drankje een 'tafel fee' van 60 euro moest betalen. De man wijst ons erop dat dit duidelijk bij de deur staat aangegeven, uiteraard in de meest kromme bananentaal die dit continent rijk is. Het was geen Engels in ieder geval.
Het is duidelijk dat wij hier niet van gediend zijn, dus besluiten we om dan maar niets te betalen. Wanneer we weglopen wordt uiteraard de ingang versperd door de eerder genoemde mannen zonder nek en een meid die blijkbaar iets van een belangrijke rol vervult. Al snel lopen de gemoederen hoog op, voornamelijk omdat Señor Ten hardop vraagt wat dit in godesnaam voor mafiatent is, wat gezien de situatie misschien niet zo handig was. De keuze wordt duidelijk neergelegd, dat we dit op een paar manieren kunnen oplossen, en beide zijn niet zo prettig.
Rocco concludeert dat dit afpersing is en besluit om de politie erbij te halen, waarop de eigenaar, die zich inmiddels ook in het gesprek heeft gemengd, nog net zijn lachen kan inhouden: "You want me to call the police? Sure, no problem... Hungarian police will fuck you in the ass, man."
Juist. Nu kan deze man prima bluffen hier, maar inmiddels zijn de stakes zo hoog opgelopen, dat je geen verkeerde call wil maken, om het zo maar te zeggen. Rocco besluit een onderhandelingsproces aan te gaan en zodra de flippende Señor Ten - bij wie het aanvechten van onrecht hoog in het vaandel staat - eindelijk het zwijgen is opgelegd, lijkt dat vruchten af te werpen.
De uitsmijters nemen al snel wat meer afstand, wat mij doet vertellen dat ons probleem opgelost begint te raken. Blijkbaar heeft Rocco al eerder met dit bijltje gehakt, want even later zie ik de mannen elkaar de hand schudden, zijn een aantal onwenselijke zaken van de rekening afgestreept en krijgen we nog een gratis afzakker van de beste man. Wat een aardige man, we zouden hier bijna nog een keer komen.
Buiten staat er toevallig net een taxi voor de deur. Wat een geluk. In deze spookwijk is dat toch een redelijk moeilijk produkt, namelijk. We geloven het wel voor vandaag en willen graag ons mandje in en de man is ons wel bereid voor 20 euro naar ons nest te brengen, wat nog best prijzig is voor vier minuten karren. Uiteraard zijn we een beetje klaar met die oplichters, dus besluiten we dan maar om te gaan lopen.
Honderd meter verder beseffen we ons dat we eigenlijk geen idee hebben waar we zijn en waar we naartoe moeten, dus dat maakt het er niet makkelijker op. De 'walk of shame' volgt, waar we schoorvoetend terug naar de taxi lopen en de taximan alsnog proberen te verleiden tot het reduceren van de prijs. Al is het hem natuurlijk duidelijk dat wij in onze positie absoluut niets in te brengen hebben, voor 5.000 florijnen mochten we mee.
In de taxi bedenk ik me dat ik nog steeds mijn wisselgeld niet had gehad van mijn ene drankje. Doodziek, nog eens 60 euro verdampt. Dat kon er nog wel bij. Nu begrijp ik waarom die meid de hele tijd zo vriendelijk deed. Ik dacht al, aan die kop van mij kan dat niet liggen.
Enfin, bij het hotel aangekomen dacht ik dat we alles nu wel zo'n beetje gehad hadden, maar toch kwam de man nog met een oud-Hongaarse wisseltruuk aanzetten. Uit mijn biljet van 20.000 krijg ik namelijk twee gevouwen briefjes als wisselgeld, één van 10.000, met daarin een biljet van 500 verstopt. Jammer voor hem ben ik redelijk op mijn hoede inmiddels en wijs hem op het feit dat er een nul mist. Maar met de begeleidende tekst "nice try" complimenteer ik hem wel voor zijn creativiteit, dat heeft 'ie wel verdiend. Uiteraard zouden we ook hier een punt van kunnen maken, maar ik bedenk me dat vergissingen maken menselijk is, en dat het voor deze man ook een lange avond moet zijn geweest.
Afgezien van het feit dat we nu al weten dat we in deze smetstad echt nooit en te nimmer meer terugkomen - wat dus extreem stom is van die oplichters, omdat de plaatselijke economie daardoor flink wat inkomsten misloopt - zijn we toch echt wel benieuwd wat we de komende paar dagen nog kunnen verwachten. Maar voor vandaag is het klaar. Met een tevreden gevoel dat we deze eerste avond in ieder geval overleefd hebben, ook al heeft het een paar centen gekost, leg ik mijn moede hoofd eindelijk te rusten.
Mag ook wel, want ik moet morgen immers spelen. Ik was het al bijna vergeten.
|