De zesde editie van CardPlayer Nederland ligt alweer in de schappen. Geen zin om de deur uit te gaan? Voor €25 per jaar krijg je een jaarabonnement van 6 nummers thuis toegestuurd (losse verkoop: €5,95). Interesse? Mail dan je gegevens naar service@cardplayernederland.nl en het wordt allemaal in orde gemaakt.
Dit artikel van Peter Dalhuijsen zul je ook in de nieuwe CardPlayer Nederland vinden. Deze keer kijkt hij eens kritisch naar de belastingparadijzen voor pokerspelers. Wat maakt een toevluchtsoord voor de internetgrinder precies hemels?
Het is de vooravond van de Unibet Open in Praag. De zomer vertoont nog wat laatste stuiptrekkingen, genoeg om de Slavische deernes over te halen om nog in hun korte, verleidelijke rokjes gekleed te gaan. Praag is een populaire bestemming onder pokerspelers, maar bij iedereen die ik spreek heeft dat bijzonder weinig met het poker zelf te maken, en des te meer met de eerder genoemde korte rokjes. Wat een verademing is het, als je een avond op stap bent met wat pokerjokers en het gaat eens een keer niet over aas-koning, maar gewoon over Svetlana, Jana, of die ene blonde uit de Darling met die lange benen.
Wat dat betreft heeft Praag een extreem gunstig vestigingsklimaat voor pokerspelers, zo besloot onlangs een paar Nederlanders die doorgaans hun uren maken aan de online tafels. Ik wacht ze op in een guitige kelderkroeg aan de Dlouha en het eerste wat ik zie als ze binnenkomen is een brede grijns van oor tot oor. “Geen woord van gelogen”, zegt Bas blij verrast, die me vertelt al tientallen keren gehoord te hebben dat er “alleen maar heerlijke meiden” in een kroeg rondliepen, wat uiteraard alleen maar op een teleurstelling uitdraaide. Het is de eerste week dat hij in Praag woont en hij weet nu al dat hij geen spijt van die beslissing gaat krijgen. De straten zijn mooi, schoon, veilig en zeer dichtbevolkt met appetijtelijke dames. Ik geef de man geen ongelijk. Ik woon er immers ook.
Ik vraag hem hoe hij het als pokerspeler met zijn belastingen gaat regelen, wat toch tegenwoordig een vrij heet hangijzer schijnt te zijn, nu poker zo populair is overal. “Gewoon, betalen”, zegt Bas, terwijl hij me aankijkt alsof ik iets vreemds zeg. “Nee, dat daar geen misverstanden over bestaan”, zeg ik, “het is hier namelijk niet bepaald een belastingparadijs voor pokerspelers, zoals Dublin, of Malta.” Mijn gesprekspartner schiet in de lach. “Paradijs? Dat is nou niet echt het woord wat in mij opkwam, toen ik zag hoe de jongens daar leven.” Na zijn omschrijvingen die volgden, kreeg ik er ook een wat duidelijker beeld van...
 Dublin...
Het is een druilerige nazomerochtend in Dublin, zoals er daar dat seizoen zoveel van zijn. Joris maakt zich weer op voor een lange dag grinden aan de online pokertafels. Met een diepe zucht ploft hij neer in zijn bureaustoel. “Nou, daar gaan we maar weer dan”, denkt hij hardop. Terwijl zijn Hold’em Manager opstart, staart hij nog even met een lege blik uit het raam, waartegen de regendruppels hun weinig afwisselende ritme onophoudelijk ten gehore brengen.
“Waarom zijn we hier ook alweer gaan wonen?”, vraagt zijn vriendin Sanne, die alweer vergeten is dat ze deze vraag nu al voor de veertiende keer stelt in even zoveel dagen. En ook deze keer wordt de vraag weer beantwoord door de herkenbare geluiden van de online tafels, die elkaar in rap tempo opvolgen: ”Piep. Klik. Piep.” Joris is inmiddels in concentratie verzonken en zal zich de komende uren nauwelijks bewust zijn van zijn omgeving, waar zijn vriendin helaas voor haar ook toe behoort.
Om de strijd tegen de verveling aan te gaan, trotseert ze maar weer eens de regen, op zoek naar iets om de tijd mee door te komen, terwijl manlief de belastingvrije centen bij elkaar probeert te klikken. Helaas voor haar biedt het Ierse straatbeeld voor haar ook weinig vertier. De winkels heeft ze allemaal al meerdere malen van onder tot boven bekeken en in de kroegen zitten nog steeds dezelfde werkloze stratenmakers hun uitkering op te drinken. Iets anders... is er niet.
Bij een bushalte ziet ze een aankondiging hangen van een groots festijn: de Guinness-brouwerij, die in de Ierse hoofdstad gevestigd is, bestaat 250 jaar. De allergrootste muzikale helden uit de omgeving zullen een optreden komen verzorgen om dit heuglijke feit te vieren. De Dubliners kijken uiteraard al maanden uit naar deze gebeurtenis; eindelijk eens wat leven in de ‘brouwerij’, om het zo maar te zeggen. Sanne denkt daar alleen anders over. Voor haar is dit het zoveelste teken dat het zo echt niet langer kan. Hoe kan een normaal denkend mens nou zo’n intens deprimerend leven leiden in een stad waar zo weinig gebeurt, dat de verjaardag van een biermerk de grootste gebeurtenis van het jaar is? Is een gunstig belastingklimaat dan echt zoveel waard? Dit moet ook anders kunnen. Nee, sterker nog, dit moet gewoon anders.
Die avond kruipt Joris ver na middernacht met kleine oogjes weer bij haar in bed. “Hoe ging het?”, vraagt Sanne hoopvol. “Min drie k”, is het beteuterde antwoord, “maar wel belastingvrij.” Sanne snapt de humor wel, maar kan er al maandenlang niet meer om lachen.
 Malta...
Het is 21 september. Vandaag is het Independence Day op Malta. Karel besluit om de online tafels eens te laten voor wat ze zijn en voor de verandering eens buiten te gaan kijken, want er moet vast wat te doen zijn vandaag. Over de slecht onderhouden straten van Sliema hangt de inmiddels vertrouwde, benauwde hitte, waardoor de penetrante geur van het afval op straat nog eens extra hard de aandacht op zich vestigt. Een koele zeebries is gewenst, maar laat helaas nog een paar maanden op zich wachten, waarna het zich meteen zal manifesteren als een onophoudelijke storm, die ervoor zorgt dat de Maltese straten uitgestorven zullen blijven. Maar gelukkig is het nog lang niet zover. Vandaag is het feest.
Karel houdt een taxi aan, die hem naar het epicentrum van de festiviteiten moet vervoeren. Een chauffeur op leeftijd met overdadig veel grijs borsthaar kijkt hem glazig aan. Feest? Welk feest? De Nederlandse pokermigrant kan zich niet voorstellen dat er niks gaande is en verzoekt de man om hem naar de plek te brengen die vandaag “the place to be” is. De taxichauffeur haalt zijn schouders op, mompelt wat in het onverstaanbaar Maltees en trapt het gaspedaal in. De korte rit voert hem over de nabijgelegen boulevard van St. Julian’s, waar een handjevol stoelen op de overwegend lege terrassen van de visrestaurants gevuld zijn met gepensioneerde Engelsen, die het leeuwendeel van de toeristische en migrantenbevolking beslaan. De straten blijven leeg. Maar de 400.000 inwoners moeten toch wel een leuk feestje kunnen bouwen?
Drie minuten hobbelen in het oude barrel later stopt de taxi bij een speelveld, waar enkele tientallen oude mannetjes een vreemdsoortig balspel aan het spelen zijn. “Boċċi”, is het antwoord van de chauffeur op de vraag wat dit in vredesnaam is. “Hier wilde je toch naartoe?” Dit heeft bar weinig weg van een bevrijdingsfestival, dus nee. Karel gelooft het verder wel met deze taxibaas en besluit zijn tocht verder te voet af te leggen. Dit kan uiteraard niet voordat er twintig euro betaald moet worden voor deze korte, teleurstellende taxirit. Ook dat nog.
De voettocht op zoek naar het bruisende Maltese leven op deze nationale feestdag zorgt al snel voor meer spijt op het inmiddels bezwete en verbrande hoofd van Karel. De afwezigheid van bomen op dit eiland zorgt ook niet bepaald voor de benodigde beschutting en met elke pijnlijke voetstap vervloekt hij de dag dat hij besloot om in dit belastingparadijs te gaan wonen. Malta, hoe kom je erop. Dat dit eiland onder pokerspelers de bijnaam “The Rock” draagt, net als het gevangeniseiland Alcatraz, had een signaal kunnen zijn, maar daar werd niet naar geluisterd.
Nee, je kunt hier heerlijk duiken en rotsklimmen, werd er gezegd. Logisch, bedenkt Karel zich nu, want dat is ook meteen de hele essentie van dit kleine eiland: een stenen puist in de Middellandse Zee, waar een keer in de zoveel tijd weer een omgeslagen bootje aanspoelt, waarvan de opvarenden de oversteek vanuit Afrika niet hebben gehaald. De feeststemming is allang vertrokken bij Karel, die inmiddels besloten heeft om maar gewoon weer huiswaarts te keren om nog wat uren te maken aan de online tafels, om de dag alsnog nuttig besteed te hebben.
Op weg terug naar zijn appartement wil Karel nog wat drinkwater kopen, maar uiteraard zijn alle winkels dicht... het is immers een feestdag.
 Praag...
“Het is een persoonlijke afweging”, zegt Bas. “En ik heb het serieus overwogen, maar dan zit ik liever hier in Praag. Dat van die belastingen zit ik niet zo mee, want hier is je euro tenminste nog een daalder waard, dus dat heft elkaar wel op. Plus natuurlijk dat...” Op dat moment worden we onderbroken door een achttal ranke damesbenen die parmantig de trap af komen dalen, waarvan de eigenaressen hun ogen de zaak laten rondgaan, op zoek naar een vrije tafel.
De verwelkomende blik van Bas wordt al snel beantwoord door een ontwapenende glimlach van de dames, die al snel daarop een plek aan een naastgelegen tafel opzoeken. Bas kijkt me met een aan triomfantelijkheid grenzende tevredenheid aan: “...nou ja, je begrijpt wat ik bedoel. Poker is ook niet alles.”
Peter Dalhuijsen
|