The greatest gamblers of all time



De eerste editie van CardPlayer Nederland is uit, en dat moet natuurlijk gevierd worden. Op deze pagina lees je hoe je nu korting kunt krijgen op een jaarabonnement, of er zelfs één gratis kunt winnen: klik hier »
Bovendien worden er nu nog eens vijf extra jaarabonnementen weggegeven aan de bezoekers van Rakeback.nl. Kijk op deze pagina hoe je er eentje kunt bemachtigen: klik hier »

Als voorproefje lees je hier vast het artikel dat Peter Dalhuijsen geschreven heeft voor het eerste nummer van CardPlayer Nederland.


The greatest gamblers of all time

De namen zijn bekend. De grondleggers, de pioniers, de hall-of-famers, de levende legendes - al geldt dat inmiddels lang niet meer voor allemaal – de grootste pokerspelers allertijden, the greatest gamblers of all time.

Meerdere boeken zijn de afgelopen decennia volgeschreven met biografieën en anekdotes over deze pokerhelden, samen met speculaties over hoe het zou zijn geweest als mannen als ‘The Grand Old Man of Poker’ Johnny Moss, Jack ‘Treetops’ Straus, Brian ‘Sailor’ Roberts, Walter Clyde ‘Puggy’ Pearson en Stu ‘The Kid’ Ungar nu nog geleefd zouden hebben en hoe hard ze, net als hun tijdsgenoot Brunson-senior, nog steeds de tafels zouden aanstampen.

Wel, daar kan ik kort over zijn: die gasten zouden door die jonge gastjes van tegenwoordig helemaal aan gort worden gereupt. Puggy Pearson zou met moeite de $100 tafels op internet kunnen verslaan, mocht hij ooit al zover zijn gekomen.

Van Stu Ungar wordt altijd beweerd dat hij de beste speler allertijden is en dat het zonde is dat hij zo op zo’n jonge leeftijd is heengegaan. Hij heeft in zijn korte, doch stormachtige carrière tien grote toernooien gewonnen, terwijl hij er niet meer dan dertig heeft gespeeld. Deze man was bovenmenselijk bezig, etcetera.
Wel, ik ben een andere mening toebedeeld.

Probeer maar eens op internet de oude WSOP-afleveringen terug te vinden, waarin deze legendarische pokerspelers te zien zijn. De oudste TV-registratie van de World Series of Poker die je zult vinden, is die van 1973, waarvan een kostelijke documentaire is gemaakt. Als je deze mannen daar aan het werk ziet, zul je al enige vraagtekens kunnen zetten bij het spel wat je ziet en al snel je eigen conclusies trekken.

Aan het begin van deze documentaire zien we een grote hand tussen Bobby Hoff en Puggy Pearson ontstaan, nadat er op de flop 8 4 4 ligt. Pearson bet 1.300 uit, waarop Hoff hem raist naar 3.900. De man uit Tennessee laat het hier niet bij zitten en klapt er nog eens 3.000 bovenop.
Bobby Hoff moet er even over nadenken, maar besluit dan om all-in te gaan, waarop Puggy Pearson moet besluiten om al dan niet te callen voor zijn laatste 7.300.

Je hoort commentator Jimmy ‘The Greek’ al vertellen wat hij van het spel van Hoff vindt: “…maybe too aggressive for his own good."

Puggy Pearson

Pearson legt zijn kaarten vast open, terwijl hij over zijn beslissing nadenkt – iets wat in die tijd nog de gewoonte was. Toernooiregels bestonden er nog niet, evenals toernooichips trouwens. De kaarten van Puggy Pearson liegen er niet om: pocket achten, voor een keiharde full house.
Maar, in plaats van een insta-call als een Hellmuth op High Stakes Poker staat hij op en begint hardop te klagen en te miemelen:
“That’s pretty brutal, I guess I’ve run into four fours… I’m tellin’ ya, he’s got four fours!"
Na een paar minuten klagen en denken callt hij uiteindelijk met een gezonde dosis tegenzin en ligt uiteraard mijlenver voor tegen de trip vieren van zijn tegenstander.

Tegenwoordig zou de heer Pearson subiet een blauwe boon voor zijn raap hebben gekregen als beloning voor deze theatrale slowroll, maar in die tijd – en zeker voor die speler – was het hoogst ongebruikelijk om je geld erin te steken zonder dat je de stone cold nuts had. Dat een tegenstander op de World Series of Poker zo stom zou zijn om dat wel te doen, was simpelweg moeilijk denkbaar voor deze road gambler uit Tennessee.
Vandaar dat de man even de tijd nam voor zijn beslissing.

Bij het introduceren van de spelers aan de finale tafel wordt ook Johnny Moss even geïnterviewd:
“Now I'm a Hold'em player. I start with the best hand tryin’ to beat them Hold’em players. You don't get outdrawn a lot of times. My wife always says: ‘Why aren't you ever outdrawn by them?’ Well, I start with the best hand, that's the reason. For big pots, big money, I got a good hand. Now, usually I got the best hand when I get my money in, and I can't have the bad draw… that's a good Hold'em player."

Dat klinkt met zo'n Texaans accent natuurlijk heel mannelijk, maar wat de man hier eigenlijk vertelt is dat hij gewoon rustig op de nuts zit te wachten en zit te hopen dat iemand zo stom is om hem af te betalen.
Als Johnny Moss en Puggy Pearson even later heads-up zitten voor de titel en de geldprijs van $130.000, zeggen ze allebei tegen de interviewer dat hun tegenstander zal moeten outdrawen om te winnen.

The greatest gamblers of all time? Stelletje nits waren het.

Nu ben jij Stu Ungar en je komt voor het eerst in een casino terecht waar een pokerpartijtje tussen deze mannen aan de gang is Wat gaat er dan door je heen? Ik denk dat ‘smullen’ een van de eerste woorden kan zijn die in je opkomt, tegenwoordig misschien beter vertaald als ‘ZOMG ROFL’, al snel gevolgd door “deal me in".

Stu Ungar

Watertandend begon Ungar dan ook die gasten stuk voor stuk aan gort te beuken. Drie-betten met niks, check-raisen met lucht en front-pushen met air. Alleen heette het toen nog niet zo.
Zijn tegenspelers, toch de grote jongens in de pokerwereld, zaten met hun handen in het haar en konden hier totaal niet mee omgaan. Het enige wat ze konden bedenken is: “wacht maar tot ik het een keer flop – dan heb ik je." Niet echt de juiste oplossing, me dunkt.
Ondertussen won hij met deze hyper-agressieve speelstijl natuurlijk toernooi na toernooi, zeker omdat er in die tijd van het bestaan van enige toernooistrategie al helemaal geen sprake was. Bovendien hielp de toernooistructuur met de stijgende blinds Ungar ook nog eens een extra handje om al die nutpeddlers af te straffen.

Er waren natuurlijk ook wel andere spelers die dit al eerder door hadden, zoals Jack Straus en Doyle Brunson, die beiden ook niet vies waren van een riskante semi-bluf op zijn tijd. En als die ellendeling van een ‘Texas Dolly’ zijn agressieve No Limit Hold’em speelstijl niet in zijn pokerbijbel Super System uit de doeken had gedaan, zat iedereen misschien nu nog steeds zo te kaarten.
Jammer, dan had ik misschien ook nog wat verdiend.

Michiel -No Lips- Brummelhuis

Spelers als Ungar, Brunson en Straus waren hun tijd in ieder geval ver vooruit, dat is zeker, en verdienen alleen daarom al hun plekje in de Poker Hall of Fame, maar als ik een tijdmachine had en een man als Michiel Brummelhuis in die partij kon zetten, dan had ik hem toch echt direct al mijn geld meegegeven, met het vriendelijke verzoek om dat even te vertigvoudigen.

Probleem zou dan alleen zijn geweest dat de man geen enkele reden zou zien om ooit nog terug te keren, omdat er heden ten dage werkelijk nergens meer zo’n softe partij is te vinden als de Big Game in het Horseshoe casino toen was. Geef de man eens ongelijk.

Ik durf dan ook met stelligheid te beweren dat mocht dit mogelijk zijn geweest, dat we dan nog nooit van die andere mannen gehoord zouden hebben, maar allemaal nu de legendarische verhalen zaten te lezen over ‘No Lips’ Brummelhuis, the greatest gambler of all time.

Wil jij ook een abonnement op CardPlayer Nederland? Ga naar deze pagina, en maak kans op een van de vijf gratis abonnementen!


Reageren op dit artikel?



 
 
Online Poker
beginnen met online poker
Speluitleg
pokerstrategie
pokerartikelen
Live Poker
Pokerboeken
Pokerfilms
Pokersoftware
Pokerspelers
pokervideos
Pokerquote